Allemaal beestjes

Konijn en Sterkliniek

Graag houden we alleen onze eigen huisdieren, maar in sommige gevallen dragen onze huisdieren nog meer beestjes met zich mee: parasieten, bacteriën, schimmels, gisten en virussen zijn de meest bekende infectieuze organismen. Voor welke moeten we nu echt opletten, en welke zijn niet heel schadelijk?

Gisten

Gisten zijn een van nature voorkomend organisme bij het konijn. Met name in het maagdarm kanaal is Cyniclomyces rijkelijk aanwezig. Deze gist wordt ook wel “brillendoosjesgist” genoemd, omdat hij daar op lijkt wanneer je hem door een microscoop bekijkt. Ondanks dat deze gist voor het konijn geen kwaad kan, zelfs helpt in de vertering van al het vezelrijke voedsel, kan het bij honden nog wel eens klachten geven. Bij 15% van onze honden wordt de gist aangetroffen in de ontlasting, bij een deel hiervan kan hij ook daadwerkelijk maag- en of darmklachten geven. Honden krijgen de gist binnen via het eten van konijnenkeutels, iets waar u dus op kunt letten.

Bateriën

Bacteriën zijn alom vertegenwoordigd in onze omgeving. Sommige zijn nuttig en functioneel, door de strijd aan te gaan met andere, meer kwalijke, bacteriën. In het ademhalingsstelsel (neus, keel) en ook in het maagdarmstelsel (vooral in de blinde darm) komen talrijke bacteriën voor, die samen voor een evenwicht zorgen. Ze voorkomen overgroei van de darmen door schadelijke bacteriën, en dragen hun steentje bij aan de vertering. In de neus kan de vervelende bacterie Pasteurella zijn tol gaan eisen, dit geeft vaak aanleiding tot de bekende ziekte “snot”. Een lastig probleem, want antibioticum heeft hier vaak maar matig effect op. Een darmbacterie die veel voorkomt is Clostridium, welke onder andere een rol heeft in slijmerige ontlasting bij het konijn, diarree, en de ‘dikke-buikenziekte’.

Schimmels en mijten

schilfermijt bij een cavia fotoSchimmelinfecties zien we niet vaak bij konijnen, echter vaker bij (jonge) cavia’s. In het bijzonder de kop regio: rondom de ogen, bij de neusjes en de oren zijn soms aangetast. Symptomen die opvallen zijn kaalheid, korstige, verdikte huid en soms jeuk. Let er op dat veel schimmels bij knaagdieren in principe ook besmettelijk zijn voor kinderen en volwassenen met een verminderde immuniteit (ringworm). Een overmatig schilferige vacht, en dan voornamelijk in de nek/rug regio, wordt vaak veroorzaakt door vacht mijten, Cheyletiella en Leoparacus soorten. Ze zorgen voor matige jeuk, wat eerder opvalt, zijn de kale plekken die deze parasieten opleveren.

Wormen

Wormen bij konijnen worden niet vaak gezien als oorzaak van klachten, de meest bekende is de Passalurus (pinworm). Regelmatig aangetroffen in ontlasting, echter niet vaak een probleem voor het konijn, tenzij er een massale infectie plaats vindt.

Vlooien en teken

Andere parasieten die we vaker zien zijn vlooien en teken. In het wild levende konijnen zijn vaak een bron van deze kriebelaars, die op hun beurt weer andere infecties kunnen verspreiden. Vanaf de lente zien we vaker tekenbeten bij konijnen met vrij buiten beloop. Konijnen zijn niet gevoelig voor de ziekte van Lyme, maar lokale irritatie, jeuk en ontstekingen kunnen zeker veroorzaakt worden door teken en vlooien.

Vliegen

Een ander probleem wat in de zomer nog al eens voorkomt zijn de eitjes die door vliegen worden gelegd, myiasis noemen we dit. Vooral in vochtige plooien van de huid (denk aan urine of plakpoep) komen de eitjes dan uit, de maden voeden zich vervolgens met weefsel van het konijn. Lees er hier meer over. Controleer uw konijn dagelijks en met vragen kunt u altijd terecht bij uw Sterkliniek-dierenarts.

  • Paul van Aalst, dierenarts