De zoektocht naar een ideale kruising voor een hulphond

In zijn column in Hulphond Magazine gaat dierenarts Bob Carrière nader in op de genetische zoektocht naar de ideale hulphond.

Lees hier het PDF: HH oktober 2014

Al vele jaren is de hond een vaste metgezel van de mens. De domesticatie is heel lang geleden begonnen. Van af toen startte ook het proces om rassen te ontwikkelen die zouden uitblinken in één bepaald soort werk. Zo ontstonden bijvoorbeeld verschillende typen veedrijvers. Het is tenslotte een groot verschil of je een koppel ganzen bijeen moet houden of een groep onwillige jonge stieren.

HHNL januari 2015 foto bobBinnen de jacht maakt het dan weer uit of je op leeuwen of eenden jaagt of dat je verwacht van je hond dat deze in een konijnenhol past. In ieder geval is het gebruik van de hond de richting gever geweest voor de fok van rashonden.

Ondanks het feit dat blinde geleidehonden al vóór de jaartelling werden ingezet getuige gevonden muurschilderingen in Romeinse steden is er nooit een ras voor dit gebruiksdoel ontstaan. Waarschijnlijk omdat reeds bestaande rassen een prima basis boden voor de gewenste werkeigenschappen.

In de 19e eeuw was de geleidehond al bekend in Europa en begin 20e eeuw werd daar het eerste trainingscentrum geopend. De eerste wereldoorlog deed de behoefte aan geleidehonden enorm toenemen. Dat was onder andere de reden dat er meerdere trainingscentra ontstonden; in Nederland rond 1935.
De meest gebruikte rassen zijn de Labrador Retriever en de Golden Retriever. De Duitse Herder is minder populair geworden, mede door de matige gezondheid. Als we naar de raskenmerken kijken van de Labrador, wordt duidelijk waarom deze honden uitstekende hulphonden zijn: ze zijn erg behendig, hebben een buitengewoon goede neus, zijn zacht in de mond, zijn een toegewijde en zich gemakkelijk aanpassende metgezel, intelligent, levendig, gezeglijk, zijn vriendelijk en zonder enig spoor van agressie of ongepaste schuwheid. Ook de Golden Retriever is er voor gemaakt, zo lijkt het: ze zijn gehoorzaam, intelligent, hebben een natuurlijke jachtaanleg, zijn gemoedelijk en vriendelijk.

Door middel van kruisingen probeert men de gewenste eigenschappen nog verder te verbeteren of de kans op ziekten te verkleinen. Dit kunnen kruisingen van Golden Retriever en Labrador Retriever zijn, maar ook andere rassen worden gekruist.

Kruisingen met de Poedel en Labrador Retriever hebben geleid tot de populaire ‘Labradoodle’. Het kruisingsproduct varieert nog erg, maar de aanleiding was om het ‘niet verharen’ van de poedel in de Hulphond te brengen. Helaas zijn sommige rassen dermate verwant dat ziekten ook bij de kruisingen voorkomen. Het idee dat een kruising gezonder zou zijn dan een rashond, gaat in veel gevallen niet op. De keuze van de ouders speelt hier een belangrijke rol.

Het is te hopen dat er fokkers opstaan die willen fokken voor het gebruik als ‘Hulphond’ met de focus op gebruikseigenschappen en gezondheid en niet op uiterlijk. Het uitbannen van erfelijke ziekten moet tevens prioriteit zijn. De faculteit Diergeneeskunde heeft recent het genetisch kenniscentrum opgezet. Omdat Sterklinieken werken met verplichte dossiervorming, is deze uitgebreide informatie van grote waarde voor wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.

Daar waar mogelijk zal Sterkliniek Dierenartsen graag haar bijdrage leveren om te komen tot een stabiele en gezonde kruising voor een Hulphond.

Bob Carrière, Dierenarts