Cavia

Cavia porcellus

Foto caviaCavia’s zijn gezellige knaagdieren die goed tam kunnen worden en zelden bijten. Hun verzorging is niet moeilijk, wel is het belangrijk om te zorgen voor de juiste voeding en voldoende knaagmateriaal. Cavia’s hebben gezelschap nodig van andere cavia’s, houd ze daarom niet in hun eentje. Geef uw cavia’s de ruimte, beweging is goed voor hun gezondheid.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de cavia het huisdier is dat u zoekt.

Algemeen

De cavia is een knaagdier dat veel als huisdier gehouden wordt. Cavia’s hebben een langwerpig, wat plomp lichaam met korte pootjes en kleine oortjes en ze hebben geen staart. Ze planten zich snel  voort. Een volwassen cavia kan dertig centimeter lang worden en weegt rond 1 kilo. Een zeugje (vrouwtje) weegt vaak wat minder dan een beertje (mannetje).

Cavia’s zijn echte planteneters en hebben een knaagdierengebit met doorgroeiende tanden en kiezen. Er moet extra aandacht besteed worden aan de vitamine C voorziening in het voer. De gemiddelde levensverwachting van een cavia ligt tussen vier en acht jaar. Bij ver doorgefokte rassen ligt dit gemiddelde meestal iets lager.

Verschillende varianten

Er zijn verschillende rassen cavia’s, die van elkaar verschillen in vachttype en kleur. Een aantal vachttypen zijn Gladharig, Teddy (met rechtopstaande, zachte haartjes), Rex (met stugge, rechtopstaande en iets gekrulde haartjes), Borstelharig(met iets langer haar en overal op het lichaam kruinen of ‘rozetten’), Gekruind (gladharig met een kruin op de kop) en Langharig (o.a. ‘Peruvian’, ‘Sheltie’ en ‘Coronet’, met hele lange haren). Er bestaan zelfs cavia’s zonder vacht: de Skinny, met alleen wat haar op de kop, en de Baldwin, helemaal kaal.

Van nature

De wilde cavia komt voor op open vlaktes in Zuid-Amerika. De dieren leven daar in groepen met een strenge rangorde. Cavia’s zijn een groot deel van de dag bezig met het zoeken naar voedsel en zijn daarbij vooral actief in de ochtend- en avondschemering. Ze slapen in holen die ze vinden of zelf graven. Al 9000 jaar geleden werd de wilde cavia door de Inca’s gehouden voor het vlees. Later is de cavia gedomesticeerd en verder ontwikkeld tot het dier dat we nu als huisdier kennen.

Huisvesting

Cavia’s zijn groepsdieren, dus kunnen het beste samen gehuisvest worden. Er zijn verschillende combinaties mogelijk. Een paartje kan, maar dan moet het mannetje uiteraard gecastreerd zijn en daarna moet men nog zes tot acht weken wachten voor men de dieren bij elkaar kan zetten. Twee of meer zeugjes bij elkaar kan ook, liefst vanaf jonge leeftijd bij elkaar. Een combinatie van twee of meer zeugjes en eventueel een gecastreerd beertje werkt over het algemeen goed. Twee beertjes kunnen vaak ook wel samenleven als ze van jongs af aan bij elkaar zitten en er geen vrouwtjesdieren in de buurt zijn. Door de rangorde binnen een groep cavia’s kunnen niet alle cavia’s zonder problemen bij elkaar in een hok leven, en twee cavia’s die elkaar niet kennen zullen eerst de rangorde moeten bepalen. Niet alle dieren combineren goed met elkaar, dus laat ze langzaam wennen en let op of het wel goed blijft gaan.

Een geschikt hok voor twee cavia’s heeft een oppervlakte van ongeveer 120 bij 50 centimeter. Cavia’s kunnen niet goed klimmen of hoog springen, dus het hok hoeft niet hoger te zijn dan 50 centimeter. Wel moeten de dieren ook kunnen rennen, daarvoor kunt u het beste een ren aan het hok koppelen of de dieren regelmatig elders in een ren laten lopen.

Als bodembedekking kunt u bijvoorbeeld hennepvezel gebruiken. Pas wel op dat de cavia hier niet steeds van eet, dat kan verstopping geven. Zaagsel (houtvezel) wordt ook veel gebruikt, maar pas op dat dit niet stoffig is, kies liefst voor ontstoft zaagsel. Er zijn aanwijzingen dat zaagsel van naaldhout op termijn ongezond zou kunnen zijn. Er bestaat ook ontharst zaagsel.

Er moeten een drinkflesje en voerbakje in het hok aanwezig zijn en het liefst een schuilplaats waar uw cavia’s zich kunnen verstoppen. Bij de dierenspeciaalzaak zijn ook speeltjes te koop, zoals een hooibal.

De optimale omgevingstemperatuur ligt tussen de 18 en 21 graden Celsius. Zorg ervoor dat de temperatuur niet boven 26 graden komt, cavia’s raken snel oververhit. Sommige mensen kiezen ervoor om hun cavia’s buiten te huisvesten. Wanneer u uw cavia’s buiten wilt houden, is het belangrijk dat ze een wind- en waterdicht hok hebben, met een dikke laag bodembedekking en hooi. Laat de cavia’s in het voorjaar naar buiten gaan, zodat ze langzaam kunnen wennen aan de koudere buitentemperatuur. Cavia’s kunnen zich beter warm houden als er meerdere dieren bij elkaar zitten. Als het een paar dagen vriest, is het verstandig om het hok bijvoorbeeld in de schuur te zetten. Let bij warm zomerweer op dat de cavia’s schaduw hebben en dat het niet te warm wordt in het hok.

Verzorgen en hanteren

De bodembedekking moet minstens eens per week verschoond worden. Ververs dagelijks het water en haal oude restjes groenvoer weg. Maak drinkflesjes en voerbakjes minstens eens per week goed schoon. Vergeet daarbij de nippel van de fles niet.

Cavia’s kunnen bijten, maar doen dit bijna nooit. Als een cavia bijt, kan dit zijn omdat hij ziek is of ergens pijn heeft, maar ook dan zal hij niet snel bijten. De reactie van een cavia op gevaar is om te ‘bevriezen’ of, als hij de kans krijgt, ineens weg te schieten. Het is wel mogelijk dat uw cavia uw vingers voor iets lekkers aanziet als hij gewend is dat u hem voedsel door de tralies aangeeft. Steekt u vervolgens uw vingers zonder voedsel in het hok, dan kan het dier zich vergissen.

Als een cavia valt, kan dit zeer ernstige verwondingen tot gevolg hebben. Wees dus voorzichtig bij het vasthouden van uw cavia. Til een cavia altijd met twee handen op, waarbij u ook het achterlijf ondersteunt. Een cavia kan het als bedreigend ervaren als u hem onverwachts van boven oppakt, en zal dan proberen te vluchten. Leer kinderen daarom het dier voorzichtig te benaderen en houd altijd een oogje in het zeil als ze een cavia willen oppakken.

De nagels van een cavia moeten regelmatig worden geknipt. U kunt dit bij de dierenarts laten doen, maar na uitleg is het ook goed zelf te doen. Als de cavia niet de beschikking heeft over vezelrijk voedsel (bijvoorbeeld hooi), kunnen er problemen met het gebit optreden. Het is alleen mogelijk om zelf de tanden te zien, die dan te lang worden. Controleer dit regelmatig.

Langharige cavia’s moeten dagelijks voorzichtig helemaal doorgekamd worden. Dit is flink bewerkelijk. Het is handiger en ook prettiger voor de cavia om de lange haren gedeeltelijk te knippen als u er niet mee wilt showen, maar ook dan moet de cavia regelmatig gekamd worden om klitten en vervilten te voorkomen. Kortharige cavia’s kunt u eens per week even doorborstelen om vuil en losse haren uit de vacht te halen.

Voeding

U kunt uw cavia een dieet geven van hooi, droogvoer en groenten en beperkt fruit. Hooi en droogvoer is verkrijgbaar bij de dierenspeciaalzaak. Droogvoer kan bestaan uit korrels (pellets) of gemengd voer. Bij gemengd voer loopt u het risico dat de cavia’s selectief gaan eten en daardoor voedingsstoffen missen. Kies daarom liever voor korrels die alle voedingsstoffen bevatten.

Cavia’s kunnen zelf geen vitamine C aanmaken, dus het is erg belangrijk dat ze voldoende binnenkrijgen via de voeding. Droogvoer dat speciaal gemaakt is voor cavia’s bevat genoeg vitamine C, in tegenstelling tot algemeen knaagdierenvoer. Let wel op dat het vitamine C gehalte na de uiterste houdbaarheidsdatum niet meer voldoende is. Voor de zekerheid kunt u uw cavia dagelijks een kwart tabletje vitamine C (van 50 mg) geven. De cavia’s gaan dit na een aanvankelijke aarzeling vaak als een traktatie zien.

Twintig gram droogvoer per dag is genoeg. Het is belangrijk dat uw cavia de hele dag toegang heeft tot voedsel, vooral hooi moet altijd beschikbaar zijn! Een wilde cavia is namelijk ook een groot deel van de dag bezig met eten. Tussendoor kunt u bijvoorbeeld wortelloof, andijvie, radijsblad, paprika en witlof bijvoeren, en als traktatie kunt u af en toe een klein stukje wortel of fruit zoals aardbei, peer of banaan geven. Verder kunt u de cavia nog wat gras geven. Pas wel op met bermgras; dat kan vervuild zijn door uitlaatgassen. Wees bovendien voorzichtig met het voeren van nieuwe soorten voedsel: de darmen van de cavia moeten hier langzaam aan wennen dus begin met hele kleine stukjes.

Cavia’s ontwikkelen vroeg in hun leven een voorkeur voor bepaalde soorten voedsel en weigeren later soms voedsel dat ze niet kennen, het is daarom handig hen op jonge leeftijd aan meerdere soorten voer te wennen.

Voortplanting

Het onderscheid tussen een beertje en een zeugje is niet altijd even makkelijk om te zien. Wanneer een cavia op zijn rug ligt, is bij de meeste beertjes net boven de anus een penis te zien, en zijn de balletjes (en het penisbotje) te voelen. Bij jonge dieren kan het wat lastiger te zien zijn. Een zeugje dat samen met een volwassen beertje gehouden wordt, kan al na vier weken vruchtbaar zijn.

De draagtijd van de cavia ligt tussen 65 en 72 dagen. Als de jongen geboren worden, wegen ze ongeveer 60 tot 110 gram en zijn ze volledig ontwikkeld. Een cavia krijgt gemiddeld twee tot vier jongen per worp. Omdat een zeugje direct na het werpen weer vruchtbaar is, en gezien het feit dat jonge cavia’s zich al na enkele weken voort kunnen planten, is het verstandig de jongen bij de moeder weg te halen als zij ongeveer 300 gram wegen en ook de jonge zeugjes en beertjes van elkaar te scheiden. Bij kleine nestjes moet u de mannelijke jongen na vier weken bij de moeder weghalen. Een beertje kan, als het de bedoeling is dat hij bij één of meer vrouwtjes komt te zitten, gecastreerd worden vanaf een leeftijd van twee maanden. Als het beertje nog niet bij vrouwtjes zit, kan de castratie worden uitgesteld tot na een leeftijd van drie maanden zodat het dier beter uitgroeit; beertjes die gecastreerd worden voor ze geslachtsrijp zijn, blijven vaak wat kleiner. Een castratie van een zeug is een zwaardere operatie. Een dierenarts met ervaring kan de eierstokken wel verwijderen, waarmee de mogelijkheid tot het ontwikkelen van afwijkingen aan de eierstokken voorkomen wordt.

Als u een nestje wilt, is het het beste om een zeugje voor het eerst te laten dekken als ze niet ouder is dan zo’n 6 maanden, en het eerste nestje op een leeftijd van uiterlijk acht tot negen maanden te laten krijgen. Als u langer wacht groeien de twee bekkenhelften vast, en kan het zeugje mogelijk niet meer op een natuurlijke manier jongen krijgen. Al vanaf acht tot tien maanden kunnen de bekkenhelften van het vrouwtje minder makkelijk scheiden om de jongen door te laten en wordt het geboortekanaal bovendien verkleind doordat er meer vet aanwezig is. Vooral als het nest klein is en de jongen daardoor relatief groot zijn kan dit problemen opleveren bij de geboorte.

Te vroeg laten dekken is uiteraard ook niet goed, het zeugje moet wel grotendeels uitgegroeid. Een leeftijd van vier en een half tot zes maanden lijkt daarom optimaal te zijn voor een eerste dekking. Fok echter nooit zomaar met uw cavia’s, want lang niet elke combinatie van ouderdieren is geschikt. Begin er zeker niet aan voordat u goede adressen voor de jongen heeft gevonden!

Ziekten en aandoeningen

Een gezonde cavia eet goed en is levendig. Lusteloosheid, verminderde eetlust, diarree, verstopping, overmatig krabben en moeilijk bewegen zijn allemaal symptomen die erop kunnen wijzen dat een cavia ziek is.

Bekende aandoeningen zijn schimmelinfecties en parasieten die de huid aantasten.

Een tekort aan vitamine C kan optreden bij verkeerde voeding of voeding die te lang wordt bewaard. Verschijnselen van vitamine C gebrek zijn een ruwe vacht, slecht of niet eten, diarree, tandenknarsen en andere tekenen van pijn, langzaam herstel van wondjes, kreupelheid en gevoeligheid voor infecties.

Een veel voorkomende aandoening is het doorgroeien van de tanden, wat kan komen doordat de tanden niet netjes recht tegenover elkaar staan. Hierdoor kan de cavia niet goed meer eten. Controleer de tanden regelmatig of laat de dierenarts dit doen. Als de tanden te ver doorgroeien, moeten deze worden ingekort. Dit kan het beste gebeuren door ze te slijpen, want door veelvuldig knippen kunnen de tanden splijten en kunnen ontstekingen ontstaan.

Ook kiezen kunnen doorgroeien of er kunnen haakjes ontstaan als het gebit niet goed op elkaar afslijt. Dit kunt u zelf niet zien, laat de dierenarts daarom de kiezen van uw cavia controleren als u merkt dat het dier minder goed eet, als hij kwijlt of een natte vacht heeft bij zijn mond. Kiezen kunnen geslepen of gevijld worden. Een verkeerde stand van het gebit is vaak deels erfelijk.

De darmen van een cavia zijn gevoelig. Het is belangrijk dat ze altijd goed blijven werken, en daarvoor zijn voldoende vezels nodig zoals uit hooi. Als een cavia iets verkeerds gegeten heeft, ergens pijn heeft, gebitsproblemen heeft of last heeft van stress, kan het zijn dat hij minder gaat eten, waardoor zijn darmen minder goed gaan werken en zelfs stil komen te liggen. Dat is gevaarlijk! Als uw cavia minder of helemaal niet wil eten, moet u contact opnemen met uw dierenarts en niet te lang afwachten. Als de cavia niet eet, is dwangvoeren vaak nodig.

Voetproblemen kunnen voorkomen bij cavia’s die veel op harde ondergrond lopen of bodembedekking hebben die te hard of scherp voor hen is. Er ontstaan dan bobbels op de voetzolen en ontstekingen. Dit heet pododermatitis. Vooral cavia’s die te dik zijn en cavia’s die te weinig bewegen hebben hier snel last van. De ontstekingen kunnen helemaal doortrekken naar de botten van de cavia. Pododermatitis is pijnlijk voor het dier en moeilijk te behandelen. Voorkom het daarom door de juiste ondergrond en bodembedekking te kiezen, te zorgen dat deze schoon blijft en niet vochtig is, en te voorkomen dat uw cavia te dik wordt.

Bij zeugjes komt geregeld beiderzijdse kaalheid voor op oudere leeftijd. Deze kaalheid gaat niet gepaard met jeuk. Dit komt door teveel productie van oestrogenen (vrouwelijke hormonen) door aanwezigheid van cysten (met vocht gevulde holten) op de eierstokken. Verwijderen van de eierstokken is dan de enige zekere oplossing. Het op jonge leeftijd preventief castreren van vrouwelijke cavia’s voorkomt dat de cavia op latere leeftijd cysten op de eierstokken ontwikkelt. De castratie zelf is echter ook niet zonder risico, omdat het een echte operatie is. Kies als u beslist voor castratie in elk geval een dierenarts die ervaring heeft met het castreren van vrouwelijke cavia’s.

Bij satijncavia’s, die een speciale, glanzende vacht hebben, komt satijnziekte voor. Dit is een stofwisselingsziekte die de botten aantast. Vroeger dacht men dat dit een vorm van osteodystrofie was, maar dat blijkt niet te kloppen. De ziekte kan zich op elke leeftijd openbaren en begint vaak met moeilijk bewegen, doordat de gewrichten door botwoekeringen gehinderd worden. De dieren proberen vaak hun pootjes te ontzien, bijvoorbeeld door te gaan liggen of door ze omhoog te trekken. Ook worden de botten broos, waardoor ze sneller dan normaal kunnen breken. Satijnziekte is waarschijnlijk een erfelijke afwijking en er is geen behandeling tegen. Om de exacte oorzaken van satijnziekte te achterhalen en wellicht de ziekte bij het fokken te kunnen voorkomen is meer onderzoek nodig. Raadpleeg bij twijfel over de gezondheid van uw cavia’s uw dierenarts en wacht daarmee niet te lang.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is geen specifieke ervaring nodig. Voor beginnende caviahouders zijn langharige cavia’s minder geschikt, vanwege de intensieve vachtverzorging. Verdiep u vooraf goed in de behoeften van de cavia’s.

Aanschaf en kosten

Cavia’s kunt u aanschaffen bij een dierenspeciaalzaak, een fokker of bij een asiel of knaagdierenopvang. Let op of de cavia levendig is, een schone vacht heeft, schone oren, ogen en neus heeft en of de tanden niet doorgegroeid zijn. Een gezonde jonge cavia zal eerder voor u vluchten dan naar u toe komen. Denk hieraan als u een cavia uitzoekt. Zoekt u gezelschap voor uw oudere cavia, dan kan men u bij de knaagdierenopvang vaak helpen om een cavia te vinden die goed met uw eigen cavia combineert.

De prijs van een cavia kan variëren, mede afhankelijk van het ras, en loopt uiteen van een tot enkele tientjes. Een caviakooi, compleet ingericht met huisje, drinkflesje en voerbak is te koop vanaf ongeveer 65 euro. Een ren kost enkele tientjes. Houd rekening met bijkomende kosten, zoals eventuele castratiekosten van een beertje. Terugkomende kosten zijn die voor hooi, bodembedekking en droogvoer, dit kost u vanaf honderd euro per jaar. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt.

Aandachtspunten

  • Hoewel men soms een konijn en een cavia bij elkaar zet, is dat in de meeste gevallen niet aan te raden. Ze begrijpen elkaar niet, het konijn kan de cavia verwonden, ze hebben beide ander voer nodig en soms eet de cavia aan de vacht van het konijn. Konijnen kunnen bovendien een bacterie (Bordetella) bij zich dragen die dodelijk kan zijn voor de cavia. Geef uw cavia daarom liever een soortgenoot als gezelschap!

 

  • Er is een aantal vachttypen met lange, soms krullende of pluizige haren en er worden nog regelmatig nieuwe vachtvarianten bijgefokt. Overweegt men een cavia te kopen met zo’n speciale vacht, dan zou men moeten bedenken of een dergelijke afwijkende vacht wel in het belang van de cavia is. Een lange of krullende vacht vergt veel vachtverzorging, wordt snel vies en gaat klitten, maakt het voor de cavia moeilijker een juiste lichaamstemperatuur te handhaven en het beperkt de cavia in zijn bewegingsvrijheid en zicht.

bron: LICG