Hartaandoeningen

Hartafwijkingen zijn sluipmoordenaars. Dieren kunnen optimaal gezond lijken en opeens krijgen ze (vaak ernstige) klachten. Bij de jaarlijkse gezondheidscontrole wordt het hart van uw dier altijd goed beluisterd door de dierenarts. Op deze manier kunnen hartafwijkingen aan het licht komen zonder dat er al symptomen aanwezig zijn.

Hieronder bespreken we enkele hartaandoeningen van de hond en de kat. Mocht u vragen hebben, neem dan contact op met uw Sterkliniek Dierenarts.

HondFoto rennende hond

 Wist u dat één op de tien honden last heeft van een hartprobleem? Oudere honden zijn zelfs in één op de vier van de gevallen niet helemaal hartgezond! Dat is ook een van de redenen dat uw dierenarts bij de jaarlijkse gezondheidscontrole en voor iedere anesthesie altijd naar het hart zal luisteren.

Het hart

Het hart van de hond is een spierpomp die onderverdeeld is in vier ruimten. Het lijkt veel op ons eigen hart wat functie en structuur betreft. Deze pomp kan bij de geboorte defecten vertonen. Ook kunnen honden op latere leeftijd problemen krijgen aan hun hart. De meest voorkomende verkregen hartproblemen bij de hond worden veroorzaakt door de hartkleppen (ook wel bekend onder de naam ‘klepinsufficiëntie’ of ‘endocardiose’) of de hartspier (gedilateerde cardiomyopathie).

Hartproblemen bij de hond zijn niet te vergelijken met hartproblemen bij de mens. Bij de mens beginnen problemen over het algemeen in de vaten die dichtslibben en een infarct veroorzaken. Honden krijgen gelukkig zelden een hartaanval, maar hebben wel weer andere problemen.

 Klepinsufficiëntie

Klepinsufficiëntie betekent vrij vertaald ‘slecht werkende hartkleppen’. Bij deze afwijking sluiten de hartkleppen van de hond niet goed. Hierdoor stroomt bij elke hartslag een beetje bloed de verkeerde kant op. Gevolg is dat er niet genoeg bloed circuleert om het lichaam te voorzien van genoeg zuurstof. Deze afwijking kan niet verholpen worden, maar het hart kan wel goed worden ondersteund met de juiste medicatie.

 Gedilateerde cardiomyopathie

Bij gedilateerde cardiomyopathie is het hart van de hond vergroot. Deze aandoening wordt veroorzaakt door een verzwakte hartspier. Het hart kan minder krachtig kloppen en er komt minder bloed in de bloedvaten. Het lichaam van de hond reageert hierop door de bloedvaten een beetje dicht te knijpen, zodat de bloeddruk op peil blijft. Hierdoor moet het hart echter nog harder werken. Deze vicieuze cirkel kan alleen via medicatie doorbroken worden.

 DOE DE TEST

Hoe weet je nu dat je hond mogelijk last van hartproblemen heeft? Er zijn symptomen die daar op kunnen wijzen. Antwoord JA of NEE op de volgende vragen over uw hond:

  • Mijn hond is snel moe van het rennen.
  • Mijn hond hoest wel eens.
  • Mijn hond is rusteloos gedurende de nacht.
  • Mijn hond is minder alert.
  • Mijn hond verliest gewicht.
  • Mijn hond is kortademig en hijgt snel.
  • Mijn hond valt wel eens flauw.
  • Het tandvlees van mijn hond is bleek i.p.v. roze.
  • Mijn hond gaat soms liggen tijdens het uitlaten.
  • De buik van mijn hond is dikker geworden.
  • Mijn hond heeft een verminderde eetlust.
  • Mijn hond wil steeds korter uitgelaten worden.

Als u één of meer vragen met JA heeft beantwoord, heeft uw hond mogelijk last van een hartaandoening. Een andere aandoening is echter ook niet uit te sluiten. Overleg daarom met uw dierenarts over de juiste maatregelen

Geen paniek

Wat doe je als je hoort dat je hond een hartprobleem heeft? Je hoeft gelukkig niet in paniek te raken, want er is medicatie voorhanden om honden met hartfalen te behandelen. Deze genezen de kwaal niet, maar kunnen wel zorgen voor een sterke verbetering van de levensduur en levenskwaliteit van honden met hartfalen. Heeft u het idee dat uw hond last zou kunnen hebben van hartproblemen? Neem dan contact op met uw dierenarts. Deze kan u meer informatie over klepinsufficiëntie en gedilateerde cardiomyopathie en over de mogelijke behandelingen geven.

Kat

Foto KatDe meest voorkomende hartziekte bij de kat is Hypertrofische CardioMyopathie (afgekort HCM). Letterlijk vertaald betekent dit ‘te dikke hartspierziekte’.

Deze aandoening kan worden aangetroffen bij alle katten, ongeacht de leeftijd en het ras. De ziekte is echter erfelijk en daarom komt deze bij sommige rassen en stamboomlijnen nog meer voor, wanneer er met een dier dat lijdt aan HCM gefokt is. Voorbeelden van rassen die meer aangedaan zijn, zijn de Maine Coon, de Britse korthaar en de Ragdoll.

Bij HCM zijn de spieren van de wand van de linker hartkamer in dikte toegenomen. Hierdoor kan deze hartkamer zich minder efficiënt vullen en wordt de inhoud kleiner, waardoor als het hart samentrekt er per pompslag minder bloed kan worden rond gepompt. Door deze veranderingen ontstaat er een hogere druk in de linker boezem en kan deze sterk vergroten. Al deze ontwikkelingen geven een verhoogde kans op bloedstolsels, die in de bloedbaan terecht komen (medische term: trombose). En ook kan er vocht ophopen in de longen en borstkas.

De symptomen van HCM kunnen behoorlijk variëren en zijn vaak algemeen, zoals slechte eetlust, gewichtsverlies, sloomheid en versnelde ademhaling. Specifiekere verschijnselen zijn een hartruis en verlamming van de achterpoten, door bloedstolsels die daar in de bloedvaten vastlopen. In veel gevallen is het dus moeilijk om duidelijke verschijnselen te zien en wordt de ziekte pas in een laat en vaak vergevorderd stadium vastgesteld. In het uiterste geval wordt pas na een ‘plotselinge dood’ duidelijk, dat de kat een hartafwijking had.

De enige betrouwbare methode voor het vaststellen van HCM is echografie. Tijdens een hartecho worden er metingen gedaan van de wanddikte en de grootte van de kamers. Daarnaast kan er vastgesteld worden of er een stolsel in het hart aanwezig is, of de kleppen goed functioneren en of de hartspier goed samenknijpt. De meest recente ontwikkeling is dat er voor bepaalde kattenrassen DNA-testen voor HCM zijn.

Om de gevolgen van de HCM goed te kunnen beoordelen, zoals vocht in de longen en stuwing in de bloedsomloop, zijn röntgenfoto’s van de borstkas noodzakelijk. Als de diagnose HCM is gesteld, moet ook de concentratie schildklierhormoon onderzocht worden, omdat een te hard werkende schildklier een oorzaak kan zijn voor het ontstaan van HCM. Daarnaast is het verstandig regelmatig bloeddrukmetingen te doen bij HCM-patiënten.

Helaas is er geen genezing van HCM mogelijk, maar kan de hartspierfunctie door medicatie wel goed worden ondersteund. Hierdoor wordt de levensverwachting van de kat verbeterd en het risico op complicaties, zoals trombose, verkleind.

De prognose voor de ontwikkeling van HCM kan sterk variëren. Bij de ene kat verslechtert de gezondheid heel snel en bij de andere kan de ziekte jaren onveranderd blijven. Vaak zien we dat het zich geleidelijk ontwikkelt. Een regelmatige check bij de dierenarts van de kat met HCM is zeer belangrijk om de gezondheid en de hartspierfunctie adequaat te kunnen ondersteunen.