Gebit van uw hond

Onfrisse geur

Foto dierenarts Paul gebitscontroleVaak worden dierenartsen geconfronteerd met de mededeling van een eigenaar dat de (oude) hond erg uit de bek stinkt. Nog vaker hebben eigenaren het niet eens door dat hun trouwe viervoeter toch echt niet naar bloemetjes ruikt. De reden voor deze onprettige mondgeur, of ‘halithose’, is een opstapeling van tandplaque, tandsteen, voedselrestanten en bacteriële producten.

In elke bek heerst een wankel evenwicht tussen tientallen soorten bacteriën die samen voor een normale flora zorgen. Ze gaan competitie aan met schadelijke bacteriën en bij een normale mondhygiëne zijn die grote hoeveelheid bacteriën geen reden tot zorgen.

Tandsteen

Als er een overmatige ophoping is van tandsteen op de tand of kies, dan zal er een soort microklimaat worden gevormd tussen tandsteen, tand en rand van het tandvlees. In dit afwijkende milieu gelden andere waarden (zoals zuurstofspanning en substraat/voeding) en zullen onder andere zwavelvormende bacteriën gaan wonen. Afbraakproducten van deze bacteriën zijn onder andere debet aan de stank uit de bek. Daarnaast zal deze afwijkende flora leiden tot een ontstekingsreactie van het tandvlees: rood en opgezwollen of juist teruggetrokken tandvlees. Als het kaakbot wordt aangetast ontstaat er een slecht of niet omkeerbaar proces dat we parodontitis noemen, ontsteking van het steunapparaat van de wortel (bot, bindweefsel, tandkas). Gevolg hiervan kan zijn dat kiezen of tanden los gaan staan.
Tandsteen ontstaat op het moment dat tandplaque gaat ‘mineraliseren’. Het neerslaan van bepaalde zoutcomplexen in een heel dun laagje plaque (voedsel, speeksel, bacteriën). Deze mineralisatie kan binnen een aantal maanden plaatsvinden en is dan niet meer weg te poetsen. Zolang het nog een dun laagje tandplaque betreft is mineralisatie te voorkomen door regelmatig te poetsen.

Foto gebit voor en na behandeling

Foto: hetzelfde gebit voor (links) en na (rechts) de gebitsbehandeling bij de dierenarts.

Tandenborstel

Opties hiervoor zijn een tandenborstel of een vingertandenborstel. Deze laatste schuift om een vinger en geeft meer gevoel bij het poetsen van het gebit van de hond en minder kans op ‘uitschieten’. Een voorwaarde is wel dat de hond dit gewend is. Het is dus van groot belang om bij jonge honden al spelenderwijs bezig te zijn met het gebit. Wen uw hond aan het beoordelen van de tanden, het openen van de bek en liefst ook aan het poetsen. Tweemaal daags is wellicht te veel gevraagd, maar een aantal momenten per week is een goed begin. Op deze manier kunnen afwijkingen snel worden opgemerkt: afgebroken tanden, stukjes hout tussen kiezen, geïrriteerd tandvlees. Vraag uw dierenarts om hulpmiddelen om het gebit van uw pup of hond schoon te houden, een breed gamma aan producten is beschikbaar.

Vroeg opsporen en onderkennen van afwijkingen kan het verschil zijn tussen een kunstgebit en de hond met de bek vol tanden laten staan.

-Paul van Aalst, Dierenarts